Vroomheid is niet dat jullie je gezichten naar het oosten en het westen
wendt, maar vroom is wie gelooft in Allah, in de laatste dag, in de engelen,
in het boek en in de profeten en wie zijn bezit dat hij liefheeft, geeft aan
de verwanten, de wezen, de behoeftigen, de reiziger, de bedelaars en voor
(de vrijkoop van) de slaven, en wie het gebed verricht en de armenbelasting
geeft en wie hun verbintenis nakomen als zij een verbintenis zijn aangegaan
en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd.
Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.
(Koran 2:177)




Allah heeft naar ieder volk een profeet gestuurd met de boodschap hen op te
roepen in Allah te geloven en Hem geen deelgenoten toe te kennen. Het was
aan de mens deze boodschap wel of niet te accepteren, want Allah heeft de
mens naast het vermogen om kennis te vergaren, verstand gegeven om mee te
denken en een geweten om recht en onrecht te onderscheiden; en bovendien een
wil waarmee hij tot op zekere hoogte vrij is om te kiezen en te streven.
Allah heeft de mens dus een vrije wil gegeven, zodat hij kan kiezen en
handelen naar believen: geloof of ongeloof.


Geloof houdt in: in Allah geloven, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn profeten
, de Dag van de Opstanding en de voorbestemming het goede en het kwade
daarvan.



De islam vereist geloof in alle profeten zonder onderscheidt, van Adam tot
Mohammed (vrede zij met hen allen). Vanaf het tijdperk van Noeh tot het
tijdperk van Mohammed heeft Allah aan elke volk een profeet gezonden. De
profeten bevolen hun volkeren: Aanbidt alleen Allah de Enige.




En voorzeker, Wij hebben aan elk volk een boodschapper gezonden: ?Aanbidt
Allah en vermijdt de Taghoet (eigenmachtig optredende persoon).
(Koran 16:36)



We beschouwen alle profeten als hemelse leraren, die kwamen om de mensheid
te bekeren en te leiden naar Allah. De houding die de mensen door de eeuwen
heen hebben aangenomen ten opzichte van de profeten is eigenaardig. De
meesten werden slecht behandeld, soms mishandeld; veelal werd er niet naar
hen geluisterd; sommigen werden hun land uitgezet, anderen vermoord.




Voorwaar, Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de ander
zijn voetsporen volgen. En Wij gaven aan Jezus, zoon van Maria, duidelijke
tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid. Telkens als een
boodschapper tot u kwam, met hetgeen uw ziel niet behaagde, hebt u u
laatdunkend gedragen, sommigen hunner hebt u verloochend en anderen gedood.
(Koran 2:87)




Vaak moest een profeet zijn leven lang zijn taak vervullen en had nooit meer
dan een handjevol volgelingen. Ondanks de bespotting en tegenwerking die de
profeten moesten ondergaan van hun volk, hebben zij nooit nagelaten om de
waarheid van Allah te verkondigen. Uiteindelijk lag hun succes in het feit,
dat de boodschap van Allah werd doorgegeven aan al die mensen, enkelingen of
gemeenschappen, die dat wilden aanvaarden. Soms werd echter de leer van een
profeet na zijn dood veranderd door de mensen die deze verkeerd begrepen of
zelfs bewust de regels veranderen.




Wee daarom degenen, die een boek met hun eigen handen schrijven en dan
zeggen: "Dit is van Allah", opdat zij er een onwaardige prijs voor kunnen
nemen. Wee hun dan, voor hetgeen hun handen schrijven en wee hun voor
hetgeen zij verdienen.
(Koran 2:79)




Ook de overleveringen over de profeten werden op deze manier aangetast,
zodat na verloop van tijd valse verhalen over hen de ronde deden. Dit bleef
zo totdat Allah de laatste der profeten stuurde voor de hele mensheid.



Mohammed is niet de vader van ??n uwer mannen, maar de boodschapper van
Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen.
(Koran 33:40)




De zegel der profeten


De boodschap die Mohammed predikte was in feite bijna identiek aan de
eerdere boodschappen, maar nu in een vorm die universeel toepasselijk was en
alle aspecten van het leven harmonieus kon regelen.


En Wij hebben u slechts gezonden als een brenger van blijde tijdingen en een
waarschuwer voor het gehele mensdom; maar de meeste mensen begrijpen het
niet.
(Koran 34:28)




Vََoor de openbaring van de Koran aan de profeet Mohammed (vzmh) bestond zijn
volk uit stammen, die afgodsbeelden aanbaden. Het waren natuurmensen, gehard
door de woestijn, niet gewend aan luxe en comfort. De verschillende stammen
waren voortdurend met elkaar in conflict en het kleinste voorval kon
aanleiding zijn voor het oplaaien van vijandigheden, die soms konden leiden
tot een massale stammenoorlog. Juist deze schenders van de menswaardigheid
werden een uiterst gedisciplineerd volk onder de leiding van de Islam en
zijn profeet (vzmh).



En houdt u allen tezamen vast aan het koord van Allah en wees niet verdeeld
en gedenkt de gunst van Allah, die Hij u bewees toen u vijanden waart en Hij
uw harten verenigde, zo werd u door Zijn gunst broeders en u waart aan de
rand van een vuurput en Hij redde u er van. Zo legt Allah u Zijn geboden uit
opdat u zult worden geleid.
(Koran 3:103)




De Islam bracht hen spiritualiteit en menswaardigheid, door de verklaring
dat rechtschapenheid de enige maatstaaf is voor verdiensten en eer.




?Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah?
(Koran 49:13)


bron:dades