Ibn-Hisjaam vertelt over een groep vrouwen van de Ghifaar-stam die naar de Profeet (vzzmh[1]) kwam toen hij op het punt stond naar Chaibar te vertrekken. Ze vroegen hem om hem te mogen vergezellen om de gewonden te verzorgen, en om de moslims waar mogelijk te helpen. De Profeet (vzzmh) stond hen dit toe.

Een van deze vrouwen was vrij jong. De Profeet (vzzmh) liet haar achterop zijn zadel zitten. Toen ze de volgende ochtend stopten om te bidden, zat er menstruatiebloed op het zadel op de plaats waar het meisje had gezeten. Ze drukte zich tegen de kameel aan in een poging het te verbergen. De Profeet (vzzmh) zag haar en begreep de oorzaak van haar verlegenheid. Hij zei: “Doe wat zout in het water en was het, en zet je rit voort met mij.”

Dit was het karakter van de Profeet (vzzmh): gemakkelijk, eenvoudig en inschikkelijk ten opzichte van andere mensen. Geen wonder dat hij zo intens geliefd was bij de moslims en bij iedereen die hem ontmoette. Zijn omgang met vrouwen en jongeren was zeer indrukwekkend: hij had geen moeite hen voor zich te winnen.


Auteur: Zakaria Bashier (Samengesteld uit War and Peace In The Life of the Prophet Muhammad)
Bron: Issue 508 - Wealth, Property, Accommodative, Lead
Vertaling: Dar al-Tarjama (www.daraltarjama.com)