Ooit interviewde ik een Marokkaanse jongen over zijn ervaringen met de Marokkaanse vrouw. Ik had ‘m gecharterd via de website Marokko.nl. Ik was toentertijd bezig met een groot verhaal voor een magazine, ook dat verhaal ging over de vooroordelen die Marokkaanse jongeren over elkaar hebben.
Hij was nog jong, zeg maar een jaartje of 23 als ik het me nog goed herinner. We hadden afgesproken in een cafeetje in de Bijlmer vlakbij de hogeschool waaraan hij studeerde. Ik wist niet hoe hij er uit zag, dus zat op de uitkijk. Hij was netjes op tijd en gaf een knikje. Hij was erg breed, zeg maar Johnnie Bravo en had een leuk koppie. Hij droeg een strak rood truitje van het merk Dolce and Gabbana en zijn broek schreeuwde dat hij van Diesel was. Zo, zo, dacht ik. Maar meer dacht ik eigenlijk niet. Ik noem dit soort spul vaak analfabreedjes.
Het is vaak één grote Mocrodeshow, want ze zijn vaak analfabeet ofwel onwetend. Ze weten vaak niets van de Nederlandse geschiedenis, de Marokkaanse cultuur houdt op bij hun familie in het berberdorp en over de islam weten ze alleen dat een vrouw maagd moet zijn tot het huwelijk. Dat hij het zelf ook moet zijn, weet analfabreedje niet. Je moet al helemaal niet beginnen over de kubistische stijl van Picasso of de grottenallegorie van Plato. Maar genoeg chickies die in zwijm vallen voor het analfabreedje, helaas zijn dit vaak domme blondjes of de welbekende ho’sdoekjes. Dit is meestal het type dat een strak sluiertje draagt, omdat haar beste vriendin er ook eentje om heeft.
Analfabreedje ging tegenover mij zitten, we bestelden een koffie en hij begon met zijn verhaal. Ik vroeg hem, wat zijn beeld is over de Marokkaanse vrouw. Het begon al goed.
Hij vertelde mij dat elke Marokkaanse vrouw te ****** was als je het maar goed aanpakte.. Hij had allerlei playertips. Mijn oortjes flapperden.
Hij was trots op zijn ervaringen en liet allerlei foto’s zien van leipe Mocrochickies in zijn telefoon. Hij vertelde over zijn vriendenkliek die precies zoals hij dacht. Dat de man vanuit de islam een beschermende en verzorgende rol heeft, interesseerde analfabreedje niet. Dit soort mannen willen slachtoffers maken, de meiden vragen er immers zelf om. Ik schreef braaf alles op en had eigenlijk heel veel medelijden met hem. Ik vond hem maar een mietje met zijn strakke malle kleertjes en homo-kapsel. Toen we later naar buiten liepen naar de tramhalte, praatten we nog een beetje na. Ik gaf hem moederlijke tips over het leven. Hij vertelde dat hij wel wilde veranderen, maar dat hij het moeilijk vond. En verder vond hij zichzelf wel een goede jongen, want hij rookte niet en had ook nog nooit alcohol gedronken. Hij verrichtte ook zijn gebeden op tijd. Dat hij talloze harten kapot had gemaakt, deed er niet toe.
Maar het leven neemt ons allemaal in de maling, want toen we voorbij het overdekte winkelcentrum waren, kwam er ineens vanuit het niets een grote duif aanvliegen. De duif moest echt hem hebben. Ze landde boven analfabreedje en liet daar een grote spetterende omelet vallen, precies op zijn hoofd. Ik was even in shock en hij raakte in paniek. Ik rende terug, de Bakker Bart in en pakte een stapel servetjes. Stond ik dan, als Marokkaanse vrouw, die hij zojuist had beledigd, een van onze mannen al vegende te redden van een poep-kanonnade. Hij schaamde zich dood en ik troostte hem, terwijl ik de geur van zoete wraak rook. Ik lig nog vaak in een deuk met mijn zussen als ik dit verhaal navertel. Deze column draag ik daarom op aan de duif die letterlijk schijt had.
Door Samira el Kandoussi


LinkBack URL
About LinkBacks
Met citaat reageren
Favorieten/bladwijzers