-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 19:50
#1
Administrator
- Rep kracht
- 4
Columns van Hasna El Maroudi
De ophef rondom het stoppen van Hasna El Maroudi met haar columns staat me nog bij als de dag van gisteren
Vreemd genoeg heb ik zelf nooit wat van de dame gelezen!
Tijd om op onderzoek te gaan naar columns van mijn landgenote
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 19:59
#2
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Anders
door: Hasna El Maroudi Aug 13 2004
Genietend van de zon loop ik door mijn straat. Ik groet de buurman, aai de hond en maak een praatje met het oude omaatje dat aan het einde van de straat woont. De zon schijnt, de vogels fluiten, ik kan de hele wereld aan! Ik moet opschieten, nog een kwartier en dan moet ik op mijn werk zijn. Dat haal ik nooit, maar wat geeft het? ik voel me fantastisch. Ik vertel het oude omaatje dat ik er vandoor moet. "Oh, je werkt. Wat goed van je!" zegt ze met een gemeende glimlach. Ik hou mijn hoofd schuin en kijk haar vol onbegrip aan. "Hoe bedoelt u mevrouw?" vraag ik. Glunderend kijkt ze me aan en zegt: "Ik heb jouw gezin altijd al geweldig gevonden. Je moeder draagt wel een hoofddoek, maar ze geeft jullie wel je vrijheid en jullie werken tenminste. Jullie zijn niet zoals al die anderen. Nooit werken en maar geld van de overheid innen. Maar gelukkig zijn jullie anders."
Mijn hart slaat een slag over en ik dwing mezelf te glimlachen. Ik knik en zeg beleefd tot ziens. De hele dag galmt de zin door mijn hoofd. Maar gelukkig zijn jullie anders, had ze gezegd. Ik vraag me af. Anders dan wie? Hoe zijn die anderen dan? En is het wel zo gelukkig dat wij zo anders zijn?
"Maar jij bent anders!" God wat heb ik die opmerking vaak gehoord. Ik ben me er bewust van dat ik het tegenovergestelde belichaam van wat de meeste mensen verwachten van een Marokkaans islamitisch meisje. Ik loop niet met een hoofddoek, spreek accentloos Nederlands, heb een uitstekende opleiding en ben nog nooit in contact geweest met criminele activiteiten. Ik geloof in mijn God, zoals de Koran mij heeft geopenbaard, maar hoef dat niet per se aan de rest van de wereld uit te dragen. Verder ben ik gewoon mezelf en omdat ik ben wie ik ben, zou ik anders moeten zijn? Ben ik anders omdat ik simpelweg niet voldoe aan de criteria? Ik wil niet anders zijn. Anders zijn betekent voor mij mijn achtergrond verloochenen. Anders zijn betekent voor mij mijn verleden vergeten. Anders zijn is niet weten wie ik ben en waar ik vandaan kom. Anders zijn is ondankbaar zijn voor wat mijn ouders en voorouders voor mij hebben gedaan. Ik wil niet anders zijn.
Terwijl ik na mijn werk naar huis loop denk ik weer aan dat oude omaatje en haar opmerking. Het frustreert me dat een oudere die haast geen contact met de buitenwereld heeft zo'n beeld heeft van de samenleving. Terwijl ik langs de buurtsuper loop word ik door een groepje jongeren nagestaard. Een van de meisjes kauwt ordinair op haar kauwgum, een ander rookt een joint en gooit tegelijkertijd een flesje bier naar achter. De twee worden aangevuld door vier jongens op scooter, inclusief bierflesjes. Het eerste meisje loopt mijn richting op, kijkt me arrogant aan en zegt: "Wat kijkkie nou? Hebt ik wa van ja aan ofsow?" Ze staat nog geen halve meter van me vandaan en in haar ogen lees ik dat ze me rauw lust. Al gauw ben ik omsingeld door de groep hangjongeren. Ik probeer langs het meisje te lopen maar dan pakt ze me beet.
Nog geen twee seconden later ligt ze op grond met mij boven op haar. Ik hou haar armen stevig tegen de grond gedrukt en vertel haar dat ik geen ruzie zoek. Juist dan rijdt er een politiewagen langs. Twee politieagenten halen ons uit elkaar. De meisjes beschuldigen mij ervan een telefoon te hebben gestolen en zich alleen uit zelfverdediging op mij te hebben gestort. Terwijl de agenten onze namen en gegevens noteren komt een vrouw die alles van een klein afstandje heeft zien gebeuren op ons af. Ze vertelt de politie hoe het meisje mij aanviel, hoe de rest haar aanmoedigde. Ze vertelt ze dat die jongeren daar vaker stennis schoppen. Ze kijkt mij aan en zegt: "Haar zie ik eigenlijk alleen als ze van huis naar school gaat of andersom. Zij woont aan het einde van die straat. Ze zijn Marokkaans. Maar zo anders, zo rustig."
Ik voel me dubbel. Ik ken mijn verleden. Ik weet wat mijn ouders hebben doorstaan, zodat ik een rustig leven kan leiden en ben hen daar dankbaar voor. Ik ken mijn taal, ik ken mijn land, ik ken de geschiedenis. Dat alles maakt mij tot een Marokkaan. Maar ik leef naar de toekomst. Mijn toekomst in dit land. Mijn toekomst die ik tegemoet zal gaan als Nederlander. Fier met opgeheven hoofd zal ik mijn intrede doen. Ik zal mijn weg vervolgen tot het moment dat ik zal horen dat ik 'anders' ben. Tot het moment dat ik hoor wel een Nederlander te zijn, maar toch ook anders, een Marokkaan.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:00
#3
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Daar
door: Hasna El Maroudi Aug 05 2004
Terwijl ik over de nauwe straten slenter, haal ik mijn neus op en ruik de geuren van verschillende specerijen. Specerijen zoals je ze alleen hier in Marokko kunt verkrijgen. Passerende mensen kijken mij aan. De een met een blik vol afgunst en de ander juist nieuwsgierig. Ik probeer de vele blikken van mannen te ontwijken in de hoop dat ze dan niets zeggen. Tevergeefs. Om de haverklap wordt er iets geroepen als "hey lekker ding! trouwen?" of "op jou heb ik heel mijn leven gewacht, mijn engel!" De brutalere mannen kennen geen gêne en vragen me of ik de nacht met hun wil doorbrengen. Door zulke kreten uit te roepen hopen ze me aan de haak te kunnen slaan. Tevergeefs. Ik verafschuw ieder die het lef heeft mij na te roepen. Ze zouden meer kans maken op mijn aandacht als ze in een hoekje zouden gaan zitten wegkwijnen.
De bedelaar, waarvan je nooit zeker weet of dat hij een echte bedelaar is of iemand die dit ten tijde van de zomer als een zogenaamd part-time baantje ziet, plakt aan me terwijl ik me een weg baan tussen de stroom van mensen. Ze kijken me met grote natte ogen aan. Ze zitten aan mijn kleren en bewonderen de stof. Een truitje van de H&M voor slechts tien euro, maar what the hell do they know? Met grote ogen kijken ze naar de ketting die ik om heb. Ik zie ze verlangen naar mij. Ze zouden alles wat ze hebben geven voor één dag in mijn schoenen. Maar ze hebben niets om te geven. Dus volgen ze mij door de straten in de hoop iets te krijgen. Onderweg stellen ze me vragen. Vragen over Nederland, hoe het weer in Ollanda is en de mensen. Klopt het dat er veel travestieten zijn? Kun je echt overal hasj roken zonder opgepakt te worden? En is porno echt verkrijgbaar via kabel? Terwijl ik hun vieze handen ontwijk knik ik op de meeste vragen ja. Aan het einde van de tour geef ik hen dan toch maar wat kleingeld. Anders kom ik niet van ze af.
In de taxi naar huis zie ik hoe de taxichauffeur mij begluurt via zijn spiegel. Wanneer ik ga verzitten zodat ik niet meer in zijn beeld zit schraapt hij zijn keel. "Heb je het naar je zin hier, lekker op vakantie?" Ik mompel iets van ja, maar dat het weer te warm is. Mijn antwoord is helaas een uitnodiging tot een dialoog. Hij draait aan zijn spiegeltje zodat hij mij nu recht aankijkt. "Oh, waar kom je dan vandaan? Daar is het zeker nooit zo warm! Ik heb een vriend die woont in Amsterdam. Ken je dat, Amsterdam?" Ik zucht en antwoord: "Ja, dat is de hoofdstad." Ik zucht nog eenmaal extra luid, draai mijn hoofd negentig graden zodat ik naar buiten kijk en hoop dat hij de hint begrijpt. "Waar woon jij dan in Ollanda?" Een nog diepere zucht. Hij laat zich dus niet afschepen.
Ik vertel dat ik in Rotterdam woon, samen met mijn man en vijf kinderen. Ik vertel hem dat we in een tweekamerappartement in een achterstandswijk wonen. Ik vertel hem dat ik bij een slagerij als schoonmaakster werk. Ik zeur nog even wat verder over de huur en de kids en zie dan dat ik bijna thuis ben aangekomen. De taxi mindert vaart en de chauffeur draait zich om. Dat wordt dan 15 dirham. Omgerekend anderhalve euro. Ik graai een briefje van twintig uit mijn tas en geef 't aan hem. Bij het aannemen houdt hij gauw even mijn hand beet en kijkt me aan. "Als je een rendez-vous wil, dan kun je me altijd bellen. Ik zou je graag een rondleiding door de stad geven." Hij laat mijn hand pas los als ik zijn kaartje heb aangenomen. Met een kloppende hart stap ik uit de taxi. Het witte kaartje verscheur ik vrijwel meteen.
Ik weet niet waar elk jaar dat verlangen naar Marokko weer vandaan komt. Ik verlang naar de nauwe straatjes, de drukte in die straatjes, het weer. Ik verlang naar de witte stranden en de blauwe zee. Ik verlang naar mijn familieleden, die ik ondanks het feit dat ik ze slecht een paar weken per jaar zie, toch gedurende het hele jaar mis. Ik mis de markten, waar ik eigenlijk altijd met een raar gevoel van angst overheen struin. Ik mis de zwarte hemel met de fonkelende sterren, die ik elke avond vanaf het dakterras bewonder. Hier in dit koude kikkerland mis ik alles. Zelfs de mannen op de versiertoer.
Ik kan de bedelaars niet verwijten dat ze mij achtervolgen. Ik ben niet degene met honger. Ik ben niet degene zonder een dak boven mijn hoofd. Ik kan het me veroorloven om bij elk kraampje stil te staan, iets te eten en het vervolgens uit te spugen als ik het niet lust, waarna een van de bedelaars op zijn knieën gaat en mijn restanten gretig naar binnen werkt. Ik kan me daar simpelweg alles veroorloven omdat ik hier woon en niet daar.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:00
#4
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Daar
door: Hasna El Maroudi Aug 05 2004
Terwijl ik over de nauwe straten slenter, haal ik mijn neus op en ruik de geuren van verschillende specerijen. Specerijen zoals je ze alleen hier in Marokko kunt verkrijgen. Passerende mensen kijken mij aan. De een met een blik vol afgunst en de ander juist nieuwsgierig. Ik probeer de vele blikken van mannen te ontwijken in de hoop dat ze dan niets zeggen. Tevergeefs. Om de haverklap wordt er iets geroepen als "hey lekker ding! trouwen?" of "op jou heb ik heel mijn leven gewacht, mijn engel!" De brutalere mannen kennen geen gêne en vragen me of ik de nacht met hun wil doorbrengen. Door zulke kreten uit te roepen hopen ze me aan de haak te kunnen slaan. Tevergeefs. Ik verafschuw ieder die het lef heeft mij na te roepen. Ze zouden meer kans maken op mijn aandacht als ze in een hoekje zouden gaan zitten wegkwijnen.
De bedelaar, waarvan je nooit zeker weet of dat hij een echte bedelaar is of iemand die dit ten tijde van de zomer als een zogenaamd part-time baantje ziet, plakt aan me terwijl ik me een weg baan tussen de stroom van mensen. Ze kijken me met grote natte ogen aan. Ze zitten aan mijn kleren en bewonderen de stof. Een truitje van de H&M voor slechts tien euro, maar what the hell do they know? Met grote ogen kijken ze naar de ketting die ik om heb. Ik zie ze verlangen naar mij. Ze zouden alles wat ze hebben geven voor één dag in mijn schoenen. Maar ze hebben niets om te geven. Dus volgen ze mij door de straten in de hoop iets te krijgen. Onderweg stellen ze me vragen. Vragen over Nederland, hoe het weer in Ollanda is en de mensen. Klopt het dat er veel travestieten zijn? Kun je echt overal hasj roken zonder opgepakt te worden? En is porno echt verkrijgbaar via kabel? Terwijl ik hun vieze handen ontwijk knik ik op de meeste vragen ja. Aan het einde van de tour geef ik hen dan toch maar wat kleingeld. Anders kom ik niet van ze af.
In de taxi naar huis zie ik hoe de taxichauffeur mij begluurt via zijn spiegel. Wanneer ik ga verzitten zodat ik niet meer in zijn beeld zit schraapt hij zijn keel. "Heb je het naar je zin hier, lekker op vakantie?" Ik mompel iets van ja, maar dat het weer te warm is. Mijn antwoord is helaas een uitnodiging tot een dialoog. Hij draait aan zijn spiegeltje zodat hij mij nu recht aankijkt. "Oh, waar kom je dan vandaan? Daar is het zeker nooit zo warm! Ik heb een vriend die woont in Amsterdam. Ken je dat, Amsterdam?" Ik zucht en antwoord: "Ja, dat is de hoofdstad." Ik zucht nog eenmaal extra luid, draai mijn hoofd negentig graden zodat ik naar buiten kijk en hoop dat hij de hint begrijpt. "Waar woon jij dan in Ollanda?" Een nog diepere zucht. Hij laat zich dus niet afschepen.
Ik vertel dat ik in Rotterdam woon, samen met mijn man en vijf kinderen. Ik vertel hem dat we in een tweekamerappartement in een achterstandswijk wonen. Ik vertel hem dat ik bij een slagerij als schoonmaakster werk. Ik zeur nog even wat verder over de huur en de kids en zie dan dat ik bijna thuis ben aangekomen. De taxi mindert vaart en de chauffeur draait zich om. Dat wordt dan 15 dirham. Omgerekend anderhalve euro. Ik graai een briefje van twintig uit mijn tas en geef 't aan hem. Bij het aannemen houdt hij gauw even mijn hand beet en kijkt me aan. "Als je een rendez-vous wil, dan kun je me altijd bellen. Ik zou je graag een rondleiding door de stad geven." Hij laat mijn hand pas los als ik zijn kaartje heb aangenomen. Met een kloppende hart stap ik uit de taxi. Het witte kaartje verscheur ik vrijwel meteen.
Ik weet niet waar elk jaar dat verlangen naar Marokko weer vandaan komt. Ik verlang naar de nauwe straatjes, de drukte in die straatjes, het weer. Ik verlang naar de witte stranden en de blauwe zee. Ik verlang naar mijn familieleden, die ik ondanks het feit dat ik ze slecht een paar weken per jaar zie, toch gedurende het hele jaar mis. Ik mis de markten, waar ik eigenlijk altijd met een raar gevoel van angst overheen struin. Ik mis de zwarte hemel met de fonkelende sterren, die ik elke avond vanaf het dakterras bewonder. Hier in dit koude kikkerland mis ik alles. Zelfs de mannen op de versiertoer.
Ik kan de bedelaars niet verwijten dat ze mij achtervolgen. Ik ben niet degene met honger. Ik ben niet degene zonder een dak boven mijn hoofd. Ik kan het me veroorloven om bij elk kraampje stil te staan, iets te eten en het vervolgens uit te spugen als ik het niet lust, waarna een van de bedelaars op zijn knieën gaat en mijn restanten gretig naar binnen werkt. Ik kan me daar simpelweg alles veroorloven omdat ik hier woon en niet daar.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:01
#5
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Balkenende
door: Hasna El Maroudi Nov 25 2004
Ik heb een nieuwe vriend erbij. Hij is er nog niet van op de hoogte, maar ik hou behoorlijk van hem. Elke keer als ik mijn nieuwe vriend op de televisie zie kleur ik rood en gaat mijn hart sneller kloppen. Ik vind hem lief, zo klunzig als hij erbij staat. Ook al reiken zijn wallen tot aan Zweinstein en is zijn X-factor ver te zoeken, hij blijft mijn idool.
Voorheen had ik niet zo'n hoge pet op van onze minister-president. Buiten het feit om dat ik het CDA niet bijster interessant vond, vond ik dat meneer Bakellende met zijn neus iets te ver in Bush zijn reet zat geschoven. Wanneer ik hem quasi-intelligent op het nieuws zag praten over normen en waarden verloor ik telkens weer een beetje meer mijn interesse in politiek. Maar sinds zijn voet geheeld is, is hij bezig met een inhaalslag. Door zijn bijna-dood ervaring heeft hij Het Licht gezien.
De afgelopen weken heb ik iedereen in mijn omgeving uitleg moeten geven over de islam. Ondanks het feit dat ik er zelf ook het fijne niet vanaf weet, voelde ik een drang om een soort imam te spelen. Om op te treden als woordvoerder van de gehele moslimbevolking in Nederland. De afgelopen weken heb ik keer op keer de moord op Theo van Gogh moeten veroordelen. Overal zag of hoorde ik andere Nederlandse Marokkanen hetzelfde doen. Dankzij de afkomst van de moordenaar, waren alle Marokkanen schuldig aan de moord. Ze deelden mijn lot. Alles wat zij zeiden dacht en vond ik ook. Maar ik kon daar geen steun uit halen. Ik wilde erkenning van iemand die niet weet wat het is om onschuldig als moordenaar bestempeld te worden. Ik wilde erkenning van iemand die niet weet hoe het is om moslim, Marokkaan én Nederlander te zijn. Ik wilde erkenning van de andere kant. En daar was Hij dan. Een christen die moslims niet veroordeelt. Hij is nog onze minister-president ook.
Vanuit mijn kamer juich ik hem toe wanneer ik zie dat hij de islamitische basisschool in Uden bezoekt. Toen hij in een EU-vergadering een oproep deed om niet te huiveren voor de islam, kon ik hem wel zoenen. Weloverwogen deed hij de laatste tijd zijn uitspraken. Soms kwam hij stotterend en hakkelend tot een conclusie, maar zijn conclusie was altijd mooi. In zijn oogjes, ver verborgen achter zijn bril, zie je zijn gevoelens. In de glinstering, die eeuwige gloed in zijn kraaloogjes, zie ik dat er hoop is voor de toekomst. Vol vertrouwen sta ik achter onze minister-president. Daar waar het onze Hare Majesteit ontbreekt aan leiderschap, laat Balkenende zien dat hij een echte leider kan zijn. Hij zal ons naar een betere toekomst leiden.
Het idee van Het Nationale Kabinet om onze minister-president meer macht te geven bij een crisis lijkt me geen slecht plan. Aan ministers die constant verschillende dingen roepen hebben we niets. Wanneer er eenheid moet zijn, hebben we één sterke leider nodig. Iemand die op een respectvolle manier het kabinet tot rust kan roepen. Iemand die het land kan toespreken en waarnaar geluisterd kan worden. Niet perse omdat je het eens bent met al zijn standpunten. Niet omdat hij een geweldige charisma heeft. Nee, simpelweg omdat hij openminded is en alles wat er om zich heen gebeurt kan relativeren. Hij is de enige die Nederland met beide benen op de grond kan houden.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:01
#6
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Burqa
door: Hasna El Maroudi Nov 17 2004
Sinds kort is het in Antwerpen verboden voor vrouwen om in burqa rond te lopen. De burqa wordt vergeleken met een masker en een masker dragen in het openbaar is bij wet verboden. Ik vind het jammer voor de vrouwen die de burqa uit vrije wil dragen. Noodgedwongen moeten zij hem nu af doen. Dankzij deze wet kunnen zij hun geloof niet meer beoefenen zoals zij dat zelf willen.
Terwijl ik flaneer in Les Galeries Lafayette in Parijs zie ik schimmige personen langs mij lopen. Niemand kijkt op of om naar de vrouwen, maar ik kan het niet laten ze na te staren. Ik heb burqa's vaak genoeg in bladen of op tv gezien, maar in mijn kleine wereldje was ik nog nooit een vrouw in burqa tegen gekomen. In groepen van vijf à tien lopen vrouwen gekleed in burqa onder begeleiding van twee mannen winkel in winkel uit. Ze staan in de Louis Vuitton winkel alsof het hun eigendom is. Eén van de vrouwen haalt een boodschappenlijstje te voorschijn en somt de modellen op die ze wil hebben. Ze betaalt, de mannen dragen de tassen naar hun aso-bak en vervolgens lopen ze naar de Gucci-store. De mannen zijn een soort creditcard en winkelwagen in één. Tegelijkertijd vraag ik me ook af of het geen security guards zijn. Het ziet er vreemd uit, een grote groep vrouwen in gezelschap van twee mannen. Alsof ze in hun eentje de weg naar auto niet terug kunnen vinden.
De vrouwen verbazen me. Onder de lange gewaden dragen ze Dior schoenen. Met lederen handschoenen hebben ze Gucci tassen beet. Geen enkel stukje huid is te zien. Alles is bedekt en ik vraag me af wat ze onder die gewaden dragen. Ik heb vaak genoeg verhalen gehoord over vrouwen uit Saoedi-Arabië. Ze verlaten hun huis niet zonder burqa maar dragen daaronder de allernieuwste haute-couture. Op die manier kunnen ze tegenover hun vriendinnen pronken over hoe westers en beschaafd ze zijn.
Ik zie iemand naar de vrouwen wijzen en lachen. Een nerveus lachje dat eigenlijk meer weg heeft van angst dan van plezier. Een jong meisje dat blijkbaar geen weet heeft van de wereld buiten die van haarzelf. Ik voel iets in me borrelen. Ik wil op haar afstappen en haar door elkaar schudden. Haar vertellen hoe onwetend ze is. Dat die vrouwen een geloof hebben waar ze zelf voor kiezen. Dat onder die gewaden mensen schuilen en ze daar niet bang voor hoeft te zijn. Maar dan besef ik me dat ik nog steeds naar de vrouwen staar. Ik doe alsof ik geinteresseerd ben in hun aankopen, maar eigenlijk ben ook ik gewoon bang. Wanneer ze langs me lopen bekruipt een koud gevoel me. Het liefst wil ik niet in één en dezelfde ruimte met ze zijn. Wat als één van hen ziet dat ik naar hun staar en dat ik gefascineerd ben door hun verschijning? Wat als ze merken dat ik niet gefascineerd ben omdat ze er mooi uitzien, maar juist omdat ze zo weerzinwekkend eng zijn?
Ik ben niet gehersenspoeld door de media. Anti-islamitische propaganda behoort niet tot mijn dagelijkse maaltijd. Desondanks vind ik vrouwen in burqa een eng gezicht. Niet omdat ze islamitisch zijn maar omdat ik niet weet wat eronder schuilt. Ze zien eruit als spoken maar mode is heel belangrijk voor hen. Zo belangrijk dat geld geen rol speelt. De man speelt een hypocriet spelletje. Hij wil maar al te graag dat de vrouwen praten over zijn vrouw. Over hoe mooi ze is en hoe westers en modieus ze zich kleedt. Tegelijkertijd moet ze helemaal van hem zijn. Buiten haar vriendinnen om mag niemand haar schoonheid bewonderen. In de buitenwereld waar schoonheid haast taboe is, draagt ze een burqa. Binnenshuis op de thee bij vriendinnen een niemendalletje dat Stefano Gabbana heeft ontworpen. Een dubbelere wereld is haast onmogelijk.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:02
#7
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Jihad
door: Hasna El Maroudi Nov 09 2004
Het nieuws op tv gaat langzaam aan mijn neus voorbij. Ik kijk maar ik zie het niet. De geluiden die uit de radio komen zijn slechts geluidsgolven die ik opneem maar niet kan omzetten tot woorden of zinnen. Ik lijk me niet meer bewust te zijn van wat er in mijn omgeving gebeurt. Het is me te veel. Alles wat er de afgelopen week is gebeurt moet nog tot me doordringen. Er is slechts één zinnetje, één beeld dat zich in mijn hoofd herhaalt. Van Aartsen kijkt streng en met een blik vol zogenaamde leiderschap en zegt: "Het is Jihad in Nederland."
Jihad. Ik weet dat menig Nederlander rilt bij het horen van dit oh zo afschuwelijke woord. Door de combinatie 'Jihad' en 'in Nederland' raakt iedereen in Nederland overstuur. Er was sprake van Jihad in Irak, in Afghanistan, er was zelfs sprake van Jihad in Amerika. Maar Nederland was gevrijwaard van dit enge en indringende woord. Nu is het helaas zo ver. Moslims worden aangevallen door niet-moslims die hun heilige strijd voeren. De heilige strijd tégen de islam.
Zo kreeg een islamitische vrouw in Dordrecht de volle laag. Terwijl ze in de bus zat werd ze uitgescholden en geslagen door een Nederlandse man. In Huizen en Breda zijn moskeeën in brand gestoken. In Rotterdam-Oost werd een moskee beplakt met pamfletten waar beledigende leuzen opstonden. In Amsterdam is een islamitische vrouw met een stok neergeslagen. In Eindhoven is een bomaanslag gepleegd op een islamitische basisschool. De site Maghreb.nl krijgt met regelmaat dreigbrieven. Het ergste verhaal dat mij doet beven van angst is het verhaal van een negenjarige jongen. Hij werd allereerst ontvoerd en vervolgens gedrogeerd teruggebracht naar zijn ouders met een dreigbrief a la Mohammed B.: "De volgende keer loopt het erger af."
Ik ben bang. Doodsbang. Het angstzweet breekt me uit wanneer ik over straat loop. Herkennen ze mij als zijnde Marokkaan? Herkennen ze mij als zijnde moslim? Ik zie de blikken van mensen. Boze mensen, geïrriteerde mensen. Mensen die suf voor zich uitstaren. Ik zie een skater een jointje roken. Een skinhead loopt mijn richting op en ik spreek mezelf toe: "Niet generaliseren, Hasna. Dat die jongen een kaal hoofd heeft en een vlag van Nederland op zijn bomberjack heeft genaaid, betekent niet meteen dat hij een extreemrechtse fascist is. Zijn uiterlijk maakt hem niet tot een racist, een anti-islamiet of een anti-Marokkaan. Hij is gewoon een mens. Net als ik." Wanneer hij mij nadert spuugt hij vlak voor mijn neus op de grond en trekt hij een eng gezicht naar me. Geschrokken geef ik een gilletje en ik loop gauw door.
Mijn moeder is bang. Doodsbang. Het angstzweet breekt haar uit wanneer ze op straat loopt. Ze herkennen haar als zijnde marokkaan. Ze herkennen haar als zijnde moslim. Ze voelt de blikken van mensen. Boze mensen, geïrriteerde mensen. Iedereen lijkt geïnteresseerd in haar vertoning. Een hoofddoek en een djellaba. Mensen vragen zich af of ze een onderdrukte vrouw is of een extremistische moslim die neigt naar terrorisme? Dat zijn immers de enige twee categorieën waarin je moslimvrouwen kunt onderverdelen. En onderverdelen in categorieën doen wij in Nederland zo graag. Mijn moeder voelt zich niet meer veilig. Ze is niet meer veilig. In het land waar zij ooit hoopte haar kinderen een goede, stabiele en vooral veilige toekomst te kunnen bieden is ze niet meer welkom. Misschien is teruggaan dan toch de oplossing.
"Je moet oprotten naar je eigen land!" De afgelopen dagen hoor ik het steeds meer en meer. Mensen die Nederland vol vinden roepen vol afschuw tegen alles wat niet Nederlands is dat het terug moet gaan naar waar het ooit vandaan kwam. Waar ik ooit vandaan kwam is Rotterdam-Zuid en daar zit ik nog steeds. Teruggaan naar Marokko is er voor mij niet bij, omdat ik voor de Marokkanen daar net zo Nederlands ben als dat ik voor Nederlanders hier Marokkaans ben.
Ondertussen volg ik zelfverdedigingslessen en loop ik met pepperspray op zak. Is er sprake van een dramatisering? Ik geloof het niet. Er is oorlog in Nederland. Er is haat gezaaid tussen bevolkingsgroepen en er wordt niet meer geluisterd. De kracht van het woord heeft zijn kracht verloren. De discussies zijn ten einde. Ondanks de vele demonstraties en bijeenkomsten van Marokkaans-islamitische organisaties wordt er niet geluisterd. De vele Nederlanders die de Marokkanen en islamieten een hard onder de riem willen steken, worden niet meer gehoord. Er heerst woede aan alle kanten.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:06
#8
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Haat
door: Hasna El Maroudi Nov 02 2004
Theo van Gogh is dood. Theo van Gogh was een lul en is nu dus een dooie lul. Toch had ik hem liever niet dood gezien. Ik haatte hem en had daar mijn redenen voor, maar hij hoefde niet dood. Mijn afkeer tegen Van Gogh begon met zijn Submission part 1. "We moeten opkomen voor de rechten van de islamitische vrouw", riep Hirsi Ali en Van Gogh liep er gniffelend achteraan. De film Submission gaf mij kriebels in mijn buik. Het haar op mijn armen ging overeind staan en mijn hart ging sneller kloppen. Ik haatte hem. Ik vroeg me af waarom iemand een dergelijke film wilde maken. Van Hirsi Ali was het duidelijk. Die is dusdanig getraumatiseerd door haar besnijding dat haar levensdoel de islam zwart maken is. Bij Van Gogh bleef ik vraagtekens plaatsen. Wilde hij daadwerkelijk opkomen voor de rechten van de islamitische vrouw? Wilde ook hij de islam zwart maken? Of wilde hij slechts provoceren?
Zijn doel leek mij vrij duidelijk: zorgen dat hij met zijn kop in het nieuws kwam. De islam is daar dan natuurlijk een hele goede manier voor. Iets positiefs zeggen is geen nieuws. Men wil alleen slechte dingen lezen. Men wil angst, onderdrukking, geweld en diefstal. Iets lezen over een wijkmoskee die geld verzamelt voor kankerpatienten is niet boeiend. Onderdrukte islamitische vrouwen wel. Zijn keuze voor wat Submission uiteindelijk is geworden, is dan ook begrijpelijk. Hij wilde provoceren en dat is hem gelukt ook.
Daarom haatte ik Van Gogh. Dankzij zijn film moest ik weer duizend en een vragen beantwoorden over de islam. Dankzij hem moest ik de boze blikken van mijn buren naar mijn vader en broers slikken. Lopend naar de bushalte hou ik mijn hoofd gebogen omdat ik me schaam. De buren groeten niet meer. In hun blikken zie ik dat ze ons verdenken van terrorisme. Ik zie hoe ze me aankijken terwijl ik langsloop en zodra ik ze voorbij loop hoor ik gefluister. Eigenlijk wil ik roepen "alle moslims zijn moordenaars!" maar ik hou me in en fluister mezelf toe dat ze onwetend zijn.
Nu is Van Gogh dood. Vermoord door een Nederlands-Marokkaanse man. Een uur na de moord staan de online forums al volgeschreven met "kankermoslims, pleurt op naar je eigen land" of "die kut-Marokkanen moeten zich aanpassen en hun bek houden of oprotten". Om kwart over tien gaat mijn telefoon: "Heb je het al gehoord? Van Gogh is vermoord. Wat vind jij daar nou van?" Weer een kwartier later, om half elf gaat de deurbel. De buurman: "Vertel eens. Waarom doet iemand zoiets? Dat moeten jullie wel weten?" De man die hem neerschoot zal alle negatieve berichtgeving over de islam en moslims wel zat zijn geweest. Dat en wat krankzinnigheid zullen vast de redenen zijn geweest van zijn daad. Om dat uit te vogelen hoef je geen moslim te zijn.
Ik haatte Van Gogh. Hij wilde zo graag provoceren en deed dat ten koste van mij. Nu hij dood is haat ik hem nog meer. Een grotere provocatie had hij in zijn wildste dromen niet kunnen voorstellen. En wederom provoceert hij ten koste van mij. De dader haat ik nog het meest. Het allereerste wat ik riep toen ik hoorde dat Pim Fortuyn vermoord was, is: "God, laat het geen Marokkaan zijn." Bij Van Gogh heb ik minder geluk. Ik zie de kranten al koppen: "Van Gogh vermoord door Marokkaan!" Ik hoor de buren weer fluisteren en ben antwoorden aan het verzinnen voor de vragen die zullen komen. Ik word zo moe van het verdedigen van mijn geloof. Dit is toch een vrij land? Laat iemand die wil provoceren gewoon provoceren en laat mij gewoon mijn geloof belijden.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:07
#9
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Submission II
door: Hasna El Maroudi Dec 31 2004
Beste Ayaan Hirsi Ali,
ik begrijp je. Moslimvrouwen hebben het slecht. Niet alleen in de islamitische landen, maar ook in een groot deel van de rest van de wereld. Ik begrijp je volkomen wanneer je zegt dat de vrouw onderdrukt wordt. Verkrachtingen en mishandelingen zijn in islamitische landen dagelijks aan de orde. In veel Afrikaanse landen worden vrouwen tegenwoordig nog steeds besneden en zelfs Nederland is niet vrij van dit soort vrouw-onvriendelijke taferelen. Wanneer je hiertegen wilt vechten moedig ik je aan. Wanneer je de islam aanvalt, keer ik echter mijn rug naar je toe. Je hebt jezelf als levenstaak gegeven de islamitische vrouw te emanciperen. Het lijkt alsof dat in jouw ogen onmogelijk is wanneer zij hun geloof behouden. Ik denk dat dat wel mogelijk is.
Ayaan, na alles wat jouw leven je gebracht heeft sta je nog steeds sterk in je schoenen. Ik bewonder je daarom. Je hebt als doel het leven van de moslimvrouw in met name de Nederlandse samenleving te verbeteren. Je hoopte dat Submission 1 je daarmee zou helpen, maar je schoot te ver door. Je wilde prikkelen tot nadenken, maar de film werd alleen provocerend ontvangen. Met de film leek je bovendien te zeggen dat de islam per definitie vrouwen onderdrukt. Dat is iets wat gewoon niet waar is. Op die manier heb je de haat van vele moslims op je hals gehaald. En dat terwijl je ze eigenlijk alleen maar wilde helpen.
Aan Submission 1 heeft een onderdrukte vrouw helemaal niks. Dat er vrouw-onvriendelijke verzen in de koran staan is voor hen geen nieuws. Bovendien verandert de film niets aan hun situatie. Het biedt geen hoop, helemaal niks. Voor islamofoben ging er echter een nieuwe wereld open. Submission was voor hen een nieuwe reden om alles wat islamitisch is uit te kotsen. Je hielp de verkeerde mensen. Omdat Submission 1 een grotere kloof heeft veroorzaakt tussen de moslims en de niet-moslims in dit land vond ik de film een grote misser.
Nu komt nummer 2 eraan, de titel is er al: Shortcut to enlightenment. Je refereert hiermee naar de tijd van de Verlichting. Dat was de tijd waarin men zijn ratio gebruikte om tot de Waarheid te komen. Probeer in je nieuwe film dan ook te overtuigen met argumenten, in plaats van met heftige emoties. Laat de keuze van het geloven dan ook aan de vrouwen zelf over. Probeer niet alleen de slechte kanten van de islam te belichten, maar laat zien hoe het ook kan. Geef simpele voorbeelden uit het dagelijkse leven zoals bijvoorbeeld een harmonieus islamitisch gezin. Laat succesvolle vrouwen zien en vertel hun verhaal. Wat je ook doet, houd de moslims aan je zijde. De verandering moet immers van hen komen. Als ze je vijand worden, dan heb je de strijd sowieso verloren. Mocht je er verder niet uitkomen, schroom dan niet mij een belletje te geven. Ik help je graag.
-
Columns van Hasna El Maroudi
23 februari 2010 20:08
#10
Administrator
- Rep kracht
- 4
Mocro: Varkens
door: Hasna El Maroudi Dec 23 2004
We gaan naar de kinderboerderij. De eendjes voeren en schaapjes aaien. Mijn tweelingbroer zeurt omdat hij als eerste het konijntje op schoot wil. Hij krijgt zijn zin, want mijn fascinatie gaat eigenlijk meer uit naar die grote stal midden op het plein. Er zijn varkentjes geboren en daar zitten ze. Ik kan niet wachten tot we naar binnen gaan en ik zo'n kleine schattige roze baby kan zien. Mijn zus wil niet mee naar binnen. Volgens haar stinkt het daarbinnen, dus ik sta er helemaal alleen voor.
Moslims eten geen varkensvlees, dat is alom bekend. Ook Joden houden zich liever ver weg van varkens. Varkens zijn onreine dieren en mogen om die reden niet gegeten worden. Het praten over varkens wekt bij menig moslimmens kriebels en kotsneigingen op. In de supermarkt trekt elke moslim bij het langslopen van een vitrine gevuld varkensvlees automatisch een zuur gezicht. Ondanks het feit dat ze nog nooit een plakje ham of een varkenshaasje gegeten hebben, walgen ze er ervan.
Ook ik eet geen varkensvlees. Vaak genoeg heb ik mij tijdens het avondeten bij anderen moeten excuseren wanneer er varkensvlees geserveerd werd. Ook ander vlees dat heeft gesudderd in dezelfde olie is een big no-no. Stel je toch eens voor dat de bacterieën van het varkensvlees via de olie op mijn runderlapje zouden komen! Zo heeft Allah het niet bedoelt, dus hou ik mijn handen ook daar maar vanaf. Bij gebrek aan beter prefereer ik dan toch de McDonalds. Een lekkere BigMac of wat McNuggets doen het uitstekend op een nuchtere maag. Of Allah het zo bedoeld heeft? Vast niet. De slachting van een massa koeien op non-humanitaire wijze is wellicht een nog grotere no-no, maar dat zie ik vaak maar even door de vingers. Dat ik geen varkensvlees eet wijd ik meestal aan het feit dat ik moslim ben, maar eigenlijk is dat de reden niet. Ik eet het niet, omdat ik het smerige beesten vind. Wanneer ik vertel dat ik om religieuze wijze geen ham eet, heeft iedereen er vrede mee. Wanneer ik vertel dat ik het stinkende rotdieren vind, begint het vragenuurtje meteen. Moslim zijn is het beste excuus voor een varkensvlees vrije maaltijd. Eén bezoek aan het varkenshok op de kinderboerderij heeft ervoor gezorgd dat ik nooit meer hoef te weten hoe een Bratwurst smaakt.
Nieuwsgierig loop ik naar binnen om de schattige kleintjes te bekijken. Er zijn twee grote varkens en tien baby'tjes. Het is donker in het hok en het stinkt er naar een mengsel van stront, kots en dieren. De varkens krijgen hun eten opgediend. Grote emmers met braaksel worden in hun hok omgekieperd. De kleintjes rennen hysterisch de groten achterna. Het is alsof de drie dwaze dagen van de Bijenkorf in het varkenshok geopend zijn. Gretig graaien ze met hun snuiten naar het eten en schrokken ze alles op. Ik gil en ren het hok uit naar mijn zus. De beesten zijn weerzinwekkend en hebben slechts één doel voor ogen: zo veel mogelijk eten in een zo kort mogelijke tijd. Ze zijn te smerig voor woorden en om die simpele reden wil ik ze niet in mijn mond.
Regels voor berichten
- Je mag geen nieuwe discussies starten
- Je mag niet reageren op berichten
- Je mag geen bijlagen versturen
- Je mag niet je berichten bewerken
Forumregels
Favorieten/bladwijzers