- 250 gr zachte boter
- 250 gr suiker
- 1 zakje vanillesuiker
- 6 eieren
- 400 gr tarwebloem
- 1 zakje bakpoeder
- 1/8 L melk
- 3 el cacaopoeder
- 3 el paneermeel voor de bakvorm

Verwarm de oven voor op 175 graden. Vet een tulbandvorm in met wat boter en bestrooi met het paneermeel. Klop de boter met de suiker en de vanillesuiker tot een creme. Roer er de eieren een voor een goed door. Zeef de bloem met het bakpoeder. Roer dit afgewisseld met de melk door de eiercreme. Schep de helft van dit beslag in een vorm. Zeef het cacaopoeder en roer dit door de rest van het beslag. Schep dit beslag in de bakvorm. Trek de steel van een lepel voorzichtig door het beslag om beide soorten wat te vermengen. Bak de cake in ongeveer 75 minuten gaar.

Karamelsaus

200 g witte basterdsuiker

125 ml slagroom
Bereidingswijze

1. Laat in een koekenpan met dikke bodem de suiker op zeer laag vuur langzaam smelten.
2. Na verloop van tijd zal de suiker op enkele plekken gaan verkleuren. In eerste instantie verschijnen er kleine kratertjes van gekarameliseerde suiker, later zal de suiker volledig gaan karameliseren. Het belangrijkste: blijf geduldig! Roer gedurende het karameliseringsproces vooral niet in de pan.
3. Neem, zodra de suiker volledig vloeibaar is geworden, de pan van het vuur. Naarmate de suiker verder karameliseert neemt de zoetkracht af. Een zeer donkere karamel is minder zoet, en kan bovendien bitter gaan smaken. Laat de karamel daarom niet te donker worden. Proef de karamel nooit met de vingers, die verbranden!
4. Verwarm de slagroom. Zet de koekenpan met karamel terug op het vuur. Schenk de warme slagroom al roerend scheut voor scheut bij de karamel.
5. Geen zorgen als de vloeibare karamel te hard is geworden. Dit is op te lossen door de saus al roerend weer langzaam te verwarmen, de hard geworden karamel zal vanzelf weer smelten. De koekenpan met karamel kan weer schoongemaakt worden door de aangekoekte karamel te verwarmen.